29-03-16 – Open Comparitie

In een kort maconiek geeft br Lammert een overzicht van de diverse bijeenkomsten en lezingen in Drente gedurende de komende weken.
Hij vermeldt oa een geplande bijeenkomst waar ook vertegenwoordigers van een moskee aan zullen deelnemen. Verder noemt hij enkele lezingen vanuit filosofische levensvisie, alsmede een bijeenkomst in het gebouw van de Odd Fellows.

Verslag \ Kroniek van bouwstuk van br. Fred Zinsmeester in de open loge dd 29-4-2016.

Onderwerp: “wat is Vrijmetselarij ?”

Br Zinsmeester heeft navolgende indeling als uitgangspunt voor zijn bouwstuk:
. korte film over de Vrijmetselarij,
. zijn persoonlijke definitie van de Vrijmetselarij,
. zijn mensbeeld vanuit de Vrijmetselarij,
. samenhang met de Leerling graad en het Geheim,
. Gedachtenwisseling met de aanwezigen ahv enkele geponeerde vragen.

Br Zinsmeester opent zijn betoog met zijn persoonlijke definitie: vraag een uitleg \ definitie aan 10 verschillende vrijmetselaren en je zult evenzovele omschrijvingen krijgen.
Reden hiervan is, dat elk antwoord ontstaat uit de strikt persoonlijke ervaringen en dus ontwikkeling van de desbetreffende vrijmetselaar.

De definitie van br Fred luidt: vrijmetselarij is het gezamenlijk voorwaarden scheppen
waarbinnen een persoonlijk bewustwordingsproces kan plaats vinden.
Hij stelt, dat er geen dogma’s zijn, behalve wellicht de stelling dat er GEEN dogma’s mogen zijn.

Vrijmetselarij gaat ervan uit, dat de beoefenaar ervan zichzelf ziet als een levende bouwsteen in een levend bouwwerk, dat vorm krijgt samen met oa alle broeders.
Vls Fred zijn geest en stof onlosmakelijk verbonden en daardoor in wezen EEN.
Steeds wordt benadrukt, dat het gaat om de persoonlijke ervaring, het zelf leren verbinden van de stof en de geest en van de levende mens \ vrijmetselaar met het gehele levende bouwwerk van de schepping.
Maw leer jezelf en je plek in de wereld kennen en leer daarmee ook jouw relatie met de ander en met het hogere kennen.

In dit proces stipt br Fred met regelmaat de dualiteit aan in onze wereld: hierbij valt te denken aan oa het stoffelijke versus het onstoffelijke, het eindige versus het eeuwige, ons bewustzijn versus ons  on\-onderbewustzijn, het geloven versus het weten etc.
Het gaat hier, zoals gezegd om de persoonlijke bewuste ervaringen, die voortvloeien uit onze persoonlijke keuzes die wij binnen de door ons ervaren dualiteiten maken.
Want het zijn onze eigen ervaringen binnen de dualiteit (van de geblokte vloer) en dus ons eigen weten, dat telt en dat ons geestelijk en emotioneel vormt binnen het levende bouwwerk van de schepping.
De ervaringen van derden kunnen slechts een werkhypothese vormen. En dan liefst door derden, die op de anderen voorlopen in hun ontwikkeling (bijv een medicijnman, een priester, sjamaan of een geleerde ed).
Deze voorlopers kunnen hun ervaringen doorgeven \ aanbieden in de vorm van rituelen of inwijdingen, zoals………………. bij de Vrijmetselarij.

Br Fred vertelt ons over de oorsprong van de oude genootschappen in de middeleeuwen of nog eerder, die de basis blijken van de moderne Vrijmetselarij.

En hij vervolgt met wat toelichting mbt de 1e ofwel de leerlingengraad.
Zoals reeds gezegd, gaat het hierbij om de fundering van de verdere ontwikkeling, dus met name over het kennen van je eigen persoon \ diepste kern. En dan vooral over de gevoelservaringen van de leerling.
Niet de ratio, maar de door de inwijding aangeraakte diepere gevoelslagen van de betrokkene kunnen zijn bewustzijn verruimen.

Hierna stelt br Fred een belangrijke vraag, die de grenzen van onze ratio, van ons weten aftast en die onze menselijke (voor-) oordelen zichtbaar poogt te maken.
Deze opzet wordt zeer gewaardeerd, want het  gesprek wat volgt, beroert de gemoederen langdurig.
Zijn vraag luidt: Kan een agnost (twijfelaar) of een atheist (beterweter) bij de Vrijmetselarij wel vinden wat hij zoekt ?

Br Fred heeft voor de zekerheid de beide definities voor ons opgezocht:
-een agnost huldigt als uitgangspunt, dat de kennis van religieuze ideeen over vermeende bovennatuurlijke verschijnselen onmogelijk is, omdat deze per definitie niet te bewijzen zijn. Hier is het atheisme dus het tegendeel van het theisme.
-een atheist kent geen geloof in een of meerdere Goden, ofwel
kan het geloof in een God of meerdere Goden niet aanvaarden, en deze definitie wordt algemeen gebruikt binnen de filosofie.

Broeder Stef geeft de suggestie, dat de agnost ahw een tussenpositie inneemt tussen de theist en de atheist. Hij herkent de Vrijmetselarij ahw als agnostisch.
Want zo zegt hij, de agnost erkent de schepping wel, maar laat  deze verder ahw los als enige uitgangspunt voor verdere analyse.

Het wordt nu echt spannend, als br Bert met het voorstel komt, om het niet-geloven ook te verheffen tot een soort geloof. Want zo zegt hij, (de definitie van) God is niet relevant. De enige relevante vraag, die er dus toe doet, is de vraag:  wie ben ik ?
Hij vervolgt met zijn conclusie uit de Joodse traditie, waar het niet zozeer gaat om een gewenste waarheid (= uitkomst) maar vooral, om het stellen van de juiste vraag.
Br Fred beaamt dit door de vergelijking met de I Tjing te maken.
Hij verduidelijkt : als je nergens in gelooft, maar wel alle ruimte geeft om vragen te stellen, dan geeft de Vrijmetselarij je mogelijk de richting, om te gaan zoeken naar jouw persoonlijke antwoorden. Want het HOGERE is voor eenieder verbonden met zijn eigen persoonlijke ervaringen.  Het is een creatief wordingsproces.

Fred vervolgt, dat alle levende materie, de aarde als geheel, het geheel van het universum en alle daarbinnen (en daarboven ?) betrokken krachten, allen tezamen een
creatief wordingsproces vormen. Eea wordt thans ook al binnen de quantumfysica als een bewijsbaar gegeven aanvaard. (oa boeken van de onderzoeksjournaliste Lynne Mc Taggart, zoals in haar het boek “het Veld” in Nederland uitgegeven door AnkhHermes)

Br Henk Dingerdis vult aan, dat een God, die slechts geboden en verboden (en dus schuld ?) geeft, voor hem niet de functie kan hebben van een waarlijke God.
Hij vervolgt dat zijn eigen geweten hem richting geeft.

De algemene en m.i. Terechte teneur is, dat iedereen binnen de loge alle ruimte moet geven aan anderen om hun eigen vragen (en de daaruit voortvloeiende persoonlijke gevoelens en visies) te uiten en deze ook te respecteren.

Br Rob brengt onder de aandacht, dat de vraag van br Fred vooral refereert aan onze 3e graads kernwaarden zoals “wat is er na dit huidige leven ?” en “hoe om te gaan met ons leven en het heden ?”  De Vrijmetselarij geeft ons hiervoor handvatten.

Br Arend herinnert ons aan de kern-definitie bij onze aanname als leerling nl  “dat betrokkene als vrij man zoekt naar het Licht”.
Hetgeen impliceert dat het loslaten van alle dogma’s hierbij een voorwaarde is.

Gelukkig blijken (op navraag van br Stef) ongeveer 50 % van de broeders te behoren tot de categorie van “agnost”.
En binnen de eigen visie ben je uiteraard vrij om bepaalde kernwaarden te hebben, zolang die slechts voor jezelf gelden en niet strijdig zijn met de vrijheid van de  ander.

Br Henk zegt dat het begrip God door hem als extern wordt gevoeld. En dat ziet hij anders: God is de vonk binnen onszelf en die vonk probeert hij te ontdekken en te ontwikkelen. Hij ziet die goddelijke vonk vaak beter in de ogen van de andere mens !

Tot slot eindigt redenaar Dolf met subtiele gedichten die eea erg treffend verwoorden.

Met dank voor deze zeer boeiende lezing, waarin ik veel herken.   Br Maarten Borkert

OPENINGSGEDICHT BR ZINSMEESTER:

Naar de diepte van het dal der dagen
Verzandt de harde weg in duisternis.
Reizigers hoort men vertwijfeld vragen
Of daar omlaag geen schijn van luister is,

Of daar slechts bedrukt gefluister is,
Omdat de nacht er dreigend wacht met plagen,
Vragen of men daar gekluisterd is,
Als ware leven immer onvoldragen.

Toch niet…. er wordt een mager licht ontstoken,
Een kaarsvlam in een kleine kandelaar,
Genoeg als teken voor de wandelaar.
De moed tot verder gaan bleek haast gebroken.

‘t Geringste licht werd nimmer overmocht
Door duisternis voor wie het ernstig zocht.

(Van Broeder Henk de Wringer)